OVERGEBRUIK EN SLIJMVLIESAANDOENINGEN

Te uitgesproken stemgebruik en slijmvliesaandoeningen zijn vaak “overdoers”. Op een zelfbeoordelingsschaal van spraakactiviteit scoren ze 5, 6 of 7 hetgeen wil zeggen dat zij intuïtief zeer graag praten.

WAT IS OVERGEBRUIK?

Dit betreffen problemen ter hoogte van de buitenste oppervlakkige bekleding van de stembanden. Slijmvliesaandoeningen worden ook wel stembandknobbels, stembandpoliepen of stembandcysten genoemd. Op een zelfbeoordelingsschaal van spraakactiviteit (1-7) scoren de meeste patiënten met deze aandoening 5, 6 of 7 hetgeen wil zeggen dat zij intuïtief graag praten. Zij worden vaak “vocal overdoers” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAT ZIJN DE OORZAKEN?

  • Stemoverbelasting is de meest frequent voorkomende oorzaak die wondjes veroorzaakt op het oppervlak van uw stembanden. Terwijl hoeveel u spreekt de primaire factor is, is volume duidelijk een tweede factor. Hoe luider u spreekt, hoe meer trauma kan veroorzaakt worden op de stembanden. Stemtechniek kan zeker ook een rol spelen. Er zijn technieken om de stembanden verder uit elkaar te houden waardoor ze sterker tegen elkaar gaan bewegen tijdens het trillen van de stembanden en op die manier dus meer kans geven op beschadiging.

  • Eénmalig stemmisbruik: Men kan ook door stemmisbruik op een slecht moment het stembandoppervlak beschadigen zonder een 'overdoer' te zijn.  Bijvoorbeeld door een luide schreeuw tijdens een sportevenement. Dit veroorzaakt meestal een plaatselijke bloeduitstorting en kan dan een poliep vormen.

  • Cystevorming: Een slijmklier kan verstopt raken en een cyste (of een holte onder het oppervlak van de stemplooi die etensresten verzamelt) vormen. Dit kan zowel aangeboren of progressief ontstaan zijn. Als de cyste scheurt, kan een sulcus ontstaan. Dit type slijmvliesaandoening is dus niet door overmatig gebruik.

Teleangiectatische stembandpoliep 

Stembandcyste

Stembandnoduli

Stembandnoduli

Stembandpoliep

WAT ZIJN DE RISICOFACTOREN?

Personen die van nature graag spreken en een luid stemgebruik hanteren.

HOE VERLOOPT EEN ONDERZOEK?

 

Het stemorgaan en zijn functie worden onderzocht door een Neus Keel Oorarts en een stemtherapeut (logopedist). Het stemapparaat heeft 3 functies: ademen, de luchtweg beschermen tijdens het slikken en stemgeving. Elke mens is afhankelijk van deze 3 functies elk moment van de dag.

 

Naast een grondige bevraging en een klinisch onderzoek van de hals gebeurt er een inspectie van de stembanden (laryngoscopie) in rust en tijdens stemgeving. Dit wordt aangevuld door een stroboscopie, onderzoek waarbij d.m.v. korte lichtflitsen het trillingspatroon van de stembanden vertraagd en dus meer gedetailleerd wordt weergegeven.

Vervolgens wordt geluisterd naar de stemgeving en de stemcapaciteit. Men kan dikwijks de aard van het stemprobleem reeds horen tijdens het spreken. Toonglijden, zachter of luider stemgeven, zachtjes zingen in de kopstem en dergelijke kunnen hierbij helpen om de juiste oorzaak te achterhalen.

 

Daarnaast gebeurt meestal een stemonderzoek met inbegrip van aerodynamische parameters (de maximale fonatietijd), acoustisch perceptuele parameters (bv. habituele spreektoonhoogte, stemkwaliteit in functie van de verandering intensiteit en toonhoogte) en het stembereik (intensiteit en frequentie dynamiek).

 

Indien de oorzaak of volledige diagnose nog niet duidelijk is kunnen aanvullende onderzoeken aangewezen zijn.  Een percutane electromyografie (E.M.G.) kan bijkomende informatie over spieractiviteit en bezenuwing van larynxspiertjes  geven. In het geval van een stembandverlamming geeft dit eveneens prognostische informatie.  Radiologische onderzoeken (bv RX van de longen of CT hals ) kunnen een lokale oorzaak van een stembandverlamming aantonen. 

 
 
 
 
 

BEHANDELING

Bij overgebruik van de stem of slijmvliesaandoeningen wordt eerst en vooral vaak aangeraden u stemgebruik te controleren. Het merendeel van de 'overdoers' hebben het moeilijk rustig te praten. Sommigen kunnen bewust hun spraakgebruik terugbrengen tot een 4 (een gemiddelde spreker), wat vaak lijkt alsof u bijna helemaal stil bent. Wat vaak helpt is om de mensen rondom u feedback te vragen omtrent uw stemgebruik en te controleren of deze overeen komt met uw eigen perceptie. De meeste 'overdoers' zijn vaak alles-of-niets sprekers en vinden het gemakkelijker om te controleren wanneer ze helemaal stil zijn en wanneer ze kunnen praten, zoals bijvoorbeeld een netwerkevenement of zangoptreden overslaan. Zo blijft u een 6 of 7 wanneer u met anderen communiceert maar je plant rusttijd in om uw totale dagelijkse spraakactiviteit te verminderen. Bovendien zijn er twee zwellingstesten ('zachte zangtest' en 'staccatotest') ontwikkeld waarbij u zelf (zonder endoscoop) de zwelling van uw stembanden kunt controleren. Zo kunt u zelf de oorzaken van de zwelling achterhalen en bepalen wanneer uw stembanden meer of minder rust nodig hebben.

Naast zelfdiscipline kan ook een logopedische behandeling kan 'overdoers' helpen hun spraakgewoonten aan te passen. De logopedist(e) zal u spraak-, zangtechniek en/of ademhalingstechniek onderzoeken, ondersteunen en trainen.